Terugblik op een verlichting: (1) Op zoek naar een leermeester

Af en toe komt er bij het geven van een aura-reading een sterk spiritueel gericht vorig leven van een readee (iemand die een reading krijgt) naar voren. Laatst gebeurde dat weer, een Indiaas leven gericht op verlichting en waarin iemand een vorm van verlichting gerealiseerd had.

Namasté

Maar wat zou zo iemand nog op aarde moeten doen, als je al verlicht bent? Of werkt het in de praktijk toch  anders? Hieronder een verslag van zo’n vorig leven (met toestemming van de readee) waar je een antwoord op deze vragen kunt vinden.

Tempeltje spelen als kind

Als kind ging hij graag ‘tempeltje’ spelen en liefst met een vriendje de rituelen na doen die ze in de tempel gezien hadden. Ze vouwden hun handen als in de Indiase ‘namasté’ groet (oftewel: ‘ik buig voor jou’ ook wel vertaald met ‘ik groet het licht in je’), ze prevelden, net zoals ze de priesters in de tempel hadden zien doen en maakten ook andere gebaren die ze gezien hadden. Het kind waar hij mee speelde had er op een bepaald moment genoeg van, maar hij niet. Voortdurend zweefde een gedachte door zijn geest: “ik moet naar het licht toe, God is daar!” Diep in zijn ziel wilde hij ook wel wat anders spelen met dat andere kind maar de gedachte aan dat licht was te sterk, overheerste zijn denk- en gevoelsleven. Pas veel later besefte hij dat enkele vorige levens waarin hij erg spiritueel gericht was geweest, daar mee te maken hadden.

Een paar jaar later speelde hij met andere kinderen tempelrituelen na waarbij ze als het ware door een tempel liepen en bogen voor denkbeeldige beelden aan de zijkanten en een offer brachten. Ook hier gingen de andere kinderen na verloop van tijd andere dingen doen, maar hij ging door totdat hij helemaal alleen over was en ging toen ook maar naar huis.

Het was de droom van zijn leven om tijdens de rituelen op te gaan in een grote heerlijk voelende lichtwolk: eindelijk gelukkig!

Mijmeren  tijdens zijn jeugd

Tijdens zijn opvoeding en opleiding kon hij maar met moeite zijn aandacht houden bij wat hem onderwezen werd. Vaak was hij verzonken in gedachten en droomde ervan in lichtende sferen opgenomen te worden.

Zijn opvoeders werden er wel keer op keer door geïrriteerd en vonden dat hij beter op moest letten en zijn taken en opdrachten moest doen. Hij probeerde zich daar aan te houden maar het was wel lastig want zijn hang naar het lichtende was sterk.

Als jongeman waren zijn ouders druk aan het nadenken met wie hij het beste kon trouwen. Een meisje, een jonge vrouw uit zijn omgeving, vond hem leuk en hij haar ook wel. Dat gaf hem een verscheurd gevoel: hij vond haar leuk en aantrekkelijk maar ook zijn wensdroom trok aan hem. Bijna kwam er een huwelijk maar hij koos toch voor zijn lichtende wensdroom, tot grote teleurstelling van zijn ouders.

Actief in de tempel

Hij begon steeds vaker de tempel te bezoeken, deed mee met de rituelen aldaar en kon daar blijven eten en slapen. Hij kwam daar in de leer als een leerling geestelijke en was heel actief met het doen van rituelen, bestuderen van heilige geschriften en meedoen met gemeenschappelijk ceremoniën met enkele andere leerlingen en priesters. Langzaamaan  groeide hij in het tempelleven en kende de rituelen uit zijn hoofd, had al veel heilige geschriften gelezen en van de priesters de kunst afgekeken van zegeningen, gesprekken voeren en goden aanroepen.

Toch merkte hij na verloop van tijd, dat hij niet goed verder kon groeien hier. Iedereen deed actief mee met de tempelrituelen maar hij miste een dieper en meer spiritueel begrip van wat gedaan werd. Hij wilde meer, hij wilde werkelijk zelf de ervaring hebben van het heilige, van contact met het goddelijke. Een contact dat hem zou verheffen boven het alledaagse.

Hij heeft hierover een gesprek met het hoofd van de tempel. Die verwijst  hem naar een leermeester elders maar zegt dat het een grote tocht is daar naar toe en dat dat betekent dat hij daarmee de bekende wereld achter zich laat, ‘de wereld verzaakt’. “Eindelijk,” denkt hij, “eindelijk ga ik doen wat ik echt wil. Me richten op het goddelijke en daarin opgaan.”

Op weg als bedelmonnik

Hij neemt wat later afscheid van de andere leerlingen en priesters en gaat als bedelmonnik op pad. Lopend door een golvend heuvellandschap over stoffige wegen, gaat hij naar de leermeester die hem aangeduid is. Onderweg kan hij in kleine dorpjes bij mensen thuis slapen. Ze zijn vereerd dat een monnik hen bezoekt en zien dat als een zegen. Samen met de bewoners voert hij rituelen uit bij hun huisaltaar. Evenzo rituelen de volgende morgen voor het ontbijt. En weer ging hij daarna verder, steeds weer opnieuw bij andere mensen op bezoek bij wie hij de nacht kon doorbrengen. Soms was de tocht erg vermoeiend en rustte hij moe en zwetend van de hitte onder een boom uit of in een grot langs de kant van de weg.

Uiteindelijk naderde hij zijn reisdoel. Hij vroeg de mensen waar de leermeester (‘hij die het licht in het hoge heeft gevonden’) precies woonde. Sommigen wisten het en wezen hem de weg, maar het was nog een eind lopen, verder dan hij gedacht had. 

De ashram

Hij kwam tenslotte aan bij de ashram, een boomrijk stukje grond waar een tempelgebouw stond met daarachter nog wat huisjes tussen de bomen. Hier moest het zijn.

Voorbeeld van een ashram in India[1]

Hij vroeg toegang tot de meester maar die was niet beschikbaar en hij moest in de schaduw wachten waar hij water kreeg en gelukkig ook wat te eten  want hij had echt een lege maag. Hij maakte een praatje met een van de mensen die daar zat, een jongeman die ook hier naar toe gekomen was van ver weg, maar wel van een heel ander gebied dan waar hijzelf vandaan kwam.

Hij werd geroepen: “de meester verwacht mij!” Vol spanning en verwachting volgde hij de man die hem geroepen had in een ruimte in de tempel met kleurrijke kleden en wandversieringen. Daar zat de meester. Hij voelde een energetische druk op hem, waardoor het hem moeite kostte om een paar stappen verder te komen naar de meester. Hij mocht van de meester op een kussen zitten op de grond en de meester vroeg wat hem hier bracht. “Geëerde meester. Lang was de weg hier naartoe vanuit mijn geboortestad, mijn tempelmeester aldaar heeft me naar u verwezen, ter vervulling van mijn diepste wens.”

“Vertel me je diepste wens” vroeg de meester . “Geëerde meester, zolang ik leef is er maar één verlangen in me, één te worden met het licht van het goddelijke. Alleen daar zal ik het geluk kunnen vinden dat de aarde me niet te bieden heeft. Een geluk dat het aardse overschrijdt.” “Monnik, weet dat maar weinigen in staat zijn dit goddelijke licht te realiseren. Ze moeten zich daar helemaal voor inzetten en alles achter zich laten. Om tot het goddelijke te gaan zullen ze de aarde moeten verlaten. Ben je daartoe bereid wetende dat zij zich alles moeten ontzien om dat te realiseren?”

De realiteit van zijn uitspraken trof hem. Hij zou dus al het aardse achter zich moeten laten, in feite zijn hele ‘gewone’ leven. Maar dan komen zijn wensdroom en gedachten naar voren: ‘Eindelijk in het goddelijke opgenomen worden” gaat er door hem heen. Nu was er de kans om dat te realiseren, maar dan moest hij die kans ook grijpen. “Geëerde meester, niets liever dan dat wil ik realiseren. Opgaan in het goddelijke, weg van al het aardse. Wilt u mijn leermeester zijn?” “Ik laat u alleen toe tot een eerste graad, pas daarna kan gekeken worden of de leerling vastbesloten genoeg is om door te gaan. Ga nu weer naar buiten, daar kunt u een plaats krijgen in een van de huizen en zullen u oefeningen getoond worden voor het begin van het leerlingschap.” “Ik dank u geëerde meester voor uw zegen om mee te kunnen doen in uw ashram.” Hij boog en was overmand door een mengsel van gevoelens. Blijheid dat eindelijk zijn droomwens in vervulling kon gaan maar ook iets van verdriet om de aarde te moeten missen, haar groene velden, de vogels die in de bomen zingen en het stromende heldere water in beekjes waar het licht van de zon op valt. En de vriendelijke mensen zoals hij die op zijn tocht ontmoet heeft. Hij is even in twijfel gebracht maar dan herneemt hij zich: eindelijk kan hij zijn droomwens realiseren.

Hij wordt naar een huis gebracht waar er voor hem een slaapplaats is. Hij kan straks blijven eten en voor het slapen gaan zal er een klein ritueel zijn. De volgende morgen komen de eerste oefeningen. De eerste dagen in deze ashram is het wennen aan de nieuwe mensen, de ademhalings- en yoga oefeningen die hij moet doen. Het werk in en om de ashram, nodig om die te onderhouden. Regelmatig ziet hij mensen langskomen bij de ashram voor advies en zegening. Het valt hem ook op dat hij bij sommigen van zijn medeleerlingen die al verder gevorderd zijn, een aparte energiesfeer voelt. Een sfeer die zijn energie beïnvloedt, wat onrustig maakt. Na een paar weken wordt hij weer bij de meester geroepen.

 

Reacties

Hi,
Thanks for sharing these amazing information, it has been a great help. Keep sharing and caring.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Image CAPTCHA