13 Afstap (links) in gang Koninginnekamer: Confrontatie met de natuur

Het piramidecomplex heeft onder andere te maken met de ontwikkelingsweg van de mens, maar de mens is niet alleen op deze planeet. De natuur speelt een cruciale rol in ons leven, zonder de dieren en de planten zouden we hier niet kunnen leven. Ook de natuur komt in deze inwijdingstocht naar voren. In de volgende fase van de inwijding staat een confrontatie met het dieren- en plantenleven in relatie met de mens centraal. Een relatie met een diepe verwantschap.

 

Figuur 13.1: Afstap in horizontale gang gezien vanuit de Koninginnekamer (Bron: Sickle of Truth) De kleinere steen vooraan is niet origineel en hoort hier oorspronkelijk niet thuis.

 

Verwantschap tussen mensen, dieren en planten

Onderzoek van de genetische code  (de DNA-code) van mensen, dieren en planten laat naast verschillen, verrassend grote overeenkomsten zien. Zo hebben mensen en mensapen voor 97.5 procent dezelfde erfelijke code. Andere dieren hebben wat minder overeenkomsten met de mens , maar een goudvis toch nog 50%! Ook de genetische code van planten heeft veel overeenkomsten met de mens. Zo heeft de genetische code van de komkommer 70% overeenkomst met die van de mens! Sommige onderzoekers veronderstellen mede daarom dat alle organismen hetzelfde organisme als voorouder hebben.

Figuur 13.2: Oerwoud (bron: PublicDomainPicturs.nt)

Nu volgt het vervolg van de inwijdingstocht van Jezus.

 

Geuren en geluiden uit het oerwoud (vervolg aura-reading)

Jezus stelt zich meditatief in en een beeld van de hoofdpriester verschijnt. “Je kunt door een diepe duisternis gaan van afschuw en vernedering. Je hebt daar alleen nog jezelf om op af te gaan. Je bent er doorheen gekomen en de essentie van dit zelf en van je persoonlijkheid weten vast te houden en je was ook in staat het licht van het goddelijke uit te stralen. In dat licht ben je verrijkt met deze ervaring, weer terug gekomen. Deze afstap (figuur 31.1) waar je voor staat, heeft nog een andere kant. Ga voort, het leven heeft je meer te bieden. Geuren kunnen tot je komen en geluiden. Hierin wacht een confrontatie die je aan moet kunnen. Wil je de confrontatie met het dieren- en plantenleven met hun gevaren aan? Want let wel, sommige dieren kunnen je verscheuren!” Jezus: “Ja, ik wil die confrontatie aangaan! Ik voel me geleid door mijn Hemelse Vader.” Hij richt zich op de geuren en geluiden die vooral van links van de afstap lijken te komen en hem doen denken aan een oerwoud (zie figuur 13.2). Hij richt zich op die plek en ineens gebeurt er hetzelfde als aan de rechterkant van de afstap. Hij staat met zijn geestelijke lichaam ineens bovenaan een brede, omlaag lopende gang. Hier komen de geuren en geluiden vandaan.

 

 

Confrontatie met het landleven

Hij daalt af in deze gang en een vochtige, warme lucht als van een tropisch oerwoud komt hem tegemoet. Bij het afdalen krijgt hij het gevoel het leven op aarde tegemoet te lopen. Het ruikt wat vochtig en hij hoort in de verte geluiden van dieren. Met iedere stap die hij omlaag gaat, krijgt hij meer het gevoel in een oerwoud te lopen. Dan komt hij aan in een grote, rechthoekige zaal waarvan de muren lijken te leven. Hij ziet reusachtige bomen, struiken en, wat een gevoel van onrust geeft, de ogen van dieren tussen het groen die naar hem kijken. Vlakbij hoort hij het gebrul van een wild dier, een leeuw of een tijger, het dreunt door zijn lijf. Een olifant verschijnt recht voor hem en loopt op een drafje naar hem toe Het indrukwekkend grote beest (zie figuur 13.3) stormt met een slingerende slurf op hem af.

 

Figuur 13.3: Savanne olifant (Bron: Wikipedia)

Het hartchakra van Jezus gaat nu sterk oplichten en de straling ervan omhult het dier, dat in deze liefdesenergie wordt opgenomen. De olifant wordt energetisch transparant en dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. In de uitstraling van zijn hartchakra lost het beeld van de olifant op en de transparante, energie essentie wordt door Jezus opgenomen. Alsof de olifant weer naar huis terugkeert, naar de mens waardoor hij ooit, in een zeer ver verleden,  het leven heeft gekregen. Jezus voelt hoe de energie van de olifant in allerlei delen van zijn energielichaam komt: zijn rug, benen, hoofd, armen eigenlijk overal. Het voelt alsof de energie diep in hem wordt opgeslagen. Bij zijn neus voelt het wel even vreemd aan! Maar ook dat lost op.

Figuur 13.4: Buffels (Bron: Pixnio)

Het blijft niet bij de olifant, rechts opzij staat een buffel (zie figuur 13.4), bruin behaard en vol ingehouden kracht. Het beest komt naar voren op Jezus af en ook hij lost op in het stralende licht van zijn hartchakra. Dat oplossen van de energie essentie van de buffel voelt voor Jezus anders in zijn lichaam dan de energie van de olifant. Het accent ligt nu meer op zijn benen. Ook andere dieren komen naar voren. Eerst komt een antilope daarna volgen vele andere dieren in hoog tempo. De transparante energie essenties van de dieren lossen iedere keer op in het energielichaam van Jezus.

Niet alleen dieren maar ook de planten beginnen naar Jezus terug te keren. Het wordt stilaan leger in de zaal en langzaam begint het beeld van een schitterende zee zich af te tekenen. Een meeuw vliegt over het water en vliegt naar Jezus. In het licht van zijn hartchakra wordt de essentie van het energielichaam van de vogel door Jezus opgenomen, wat hij vooral in zijn bovenlichaam voelt. Een klein vogeltje, geel en groen gekleurd, komt naar hem toe vliegen en ook daarvan lost de essentie van het energielichaam op in die van Jezus. Meer vogels volgen en dat gaat door totdat de lucht weer helder wordt.

 

Confrontatie met het zeeleven

Beelden beginnen te komen dat hij onder het wateroppervlak is. Hij ziet grote vissen langskomen terwijl het zonlicht gefilterd door het water schijnt. Een grote vis (zie figuur 13.5) komt dreigend recht op hem af en kan hem ieder moment verslinden.

 

Figuur 13.5: Haai (Bron: Wikipedia)

Opnieuw gaat het hartchakra van Jezus oplichten en terwijl de vis toeschiet wordt hij transparanter en gaat op in Jezus zijn energielichaam. Hij voelt dat vooral in zijn onderlichaam en zijn benen. Het blijft niet bij deze ene vis, ook andere vissen komen op hem af en lossen uiteindelijk in hem op. En ook met ander zeeleven gebeurt dat, zo lost een kwal helemaal op, wat Jezus vooral in zijn voetzolen voelt. Ook planten lossen zo op. De zee begint steeds helderder op te lichten en te schitteren en verdwijnt tenslotte uit zicht. Langzaam keert Jezus zich om, de confrontatie met de natuur heeft hij doorstaan. Hij heeft ervaren hoe al het dieren- en plantenleven, ook in de zeeën nauw verwant is met de mens en in essentie daar zelfs uit voortgekomen is. Verrijkt met al deze ervaringen loopt hij langzaam terug de gang in omhoog. Het voelt daarbij alsof al de energie van de dieren en de planten die in zijn energielichaam is opgelost weer van hem weggaat, terug naar de rechthoekige zaal. Beelden van de dalende gang vervagen en hij vindt zichzelf weer terug voor de afstap in de gang bij de Koninginnekamer.

 

Terugblik op de verwantschap van mens, dier en plant

Het genetisch onderzoek van mensen, dieren en planten wijst op grote overeenkomsten tussen hen. De beelden die Jezus in de metafysische piramidezaal kreeg, laten ook een bijzondere verwantschap zien tussen de mens en al het andere leven op aarde. Het lijkt erop te wijzen dat er één bron is voor al het leven op aarde, één oerorganisme. Later, veel later in deze inwijdingstocht, bij de piramide van Mikerinos, wordt hier verder op ingegaan. 

Alle beelden van deze aura-reading bij elkaar geven een bijzonder beeld van de relatie van mens en natuur, namelijk dat het dieren- en plantenleven innig verbonden is met de mens. Als bij de confrontatie met de natuur in de piramidezaal de energieën van dieren en planten opgenomen worden in het energielichaam van Jezus, heeft ieder dier en iedere plant een ander effect op hem. Evolutionair gezien hoger ontwikkelde dieren doen een groter appèl op hem dan de lager ontwikkelde dieren.

Die verwantschap tussen mensen dieren en planten kun je ook terugvinden bij geneeskrachtige planten. Die planten hebben zo’n relatie met de mens dat ze een bijzondere geneeskrachtige werking hebben. Denk maar onze doodgewone goudsbloem (zie figuur 13.6) waar calendulazalf van gemaakt kan worden dat helpt bij heling van bijvoorbeeld schaafwonden. 

Figuur 13.6: Goudsbloem (Bron: Wikimedia Commons)

Andere planten (en dieren) zijn geschikt om gegeten te worden. Ze bezitten de bouwstoffen die de mens nodig heeft om te kunnen leven.

Vergeet ook niet onze huisdieren die veel mensen zo veel vreugde en gezelligheid geven. Gevoelsmatig kunnen we er een band mee opbouwen. Misschien wel omdat iets in hun ziel en de onze bij elkaar past.

► Naar hoofdstuk 12 Afstap bij koninginnekamer: De donkere nacht van de ziel

Reactie toevoegen

Image CAPTCHA