11 De Koninginnekamer: De denkende mens

De Koninginnekamer en de twee schachten
De Koninginnekamer bevindt zich precies halverwege tussen de noord- en zuidvlakken van de piramide en meet 5,75 meter van het noorden naar het zuiden, 5,23 meter van oost naar west en heeft een puntplafond met een top 6,23 meter boven de vloer (zie figuur 11.1). De kamer zelf is gemaakt van prachtig afgewerkte kalksteenblokken. Het bevindt zich op de vijfentwintigste steenlaag op de oost-westas van de piramide. De muren zijn kaal en onbeschreven, maar er is een nis (figuur 11.2) in de oostelijke muur van 4.67 meter hoog. De oorspronkelijke diepte van de nis was 1.04 meter, maar is verdiept door schatzoekers. De nis heeft ook een puntplafond.


 Figuur 11.1: Doorsnede Koninginnekamer (Bron: Guardians Egypt)

Toelichting op de maten in de tekening:
Hoogte gang: 67,59 inch = 171, 768 cm (1 inch is 2,54 cm)
Hoogte zijwanden kamer 184,264 inch = 468.03 cm
Hoogte puntplafond (gemeten vanaf de bovenrand van de zijwanden): 59,49 inch = 151,10 cm
Breedte nis 25 inch = 63,5 cm
Breedte reliëf in de nis ¼ Royal Cubit (= Egyptische ‘el’, equivalent met 20.603 inch = 52,33 cm ) = 13,08 cm (1 el = 523.5 to 529.2 mm)
Top niche: 1 RC = 52,33 cm
Breedte kamer is 10 royal cubit = 523,3 cm

In de maatvoering die gebruikt is in de Grote Piramide is de menselijke maat zeer herkenbaar in het gebruik van de Royal Cubit ( ‘el’ van elleboog) en de piramide-inch (duim) (=1.00106 British inches en bovendien is 1/500,000,000 van de diameter van de aarde gemeten bij de polen. 1 piramide inch is 2,5426924 cm) .

 
 Figuur 11.2: Nis in Koninginnekamer (Bron: Ancient Wisdom)

De horizontale gang die van de Grote Galerij naar de Koninginnekamer loopt is 45,72 m lang. Vijf meter voor de ingang van de Koninginnekamer bevindt zich een afstap van 60 centimeter. Er wordt door sommigen gesuggereerd dat deze afstap het resultaat is van veranderingen in de bouwplannen van deze piramide.
 
De schachten
In de noord- en zuidmuren van de Koninginnekamer zitten schachten die, in tegenstelling tot die in de Koningskamer niet meteen naar boven gaan, maar eerst ongeveer twee meter horizontaal zijn voordat ze naar boven gaan. De schachten werden in 1872 ontdekt door een Britse ingenieur, Waynman Dixon, die verwachtte dat er in de Koninginnekamer een schacht zat die vergelijkbaar was met die in de Koningskamer. Toen hij de zuidelijke muur nader onderzocht, waar hij dacht dat een luchtschacht zou kunnen zijn, zag hij een scheur in de muur. Met behulp van hamer en beitel brak hij de muur open. Er werd een schacht zichtbaar van ongeveer 25 cm in het vierkant, die ongeveer 2 meter recht de muur inliep en vervolgens schuin omhoog ging en in het donker verdween (zie figuur 11.3).
 


Figuur 11.3: Schacht in de Koninginnekamer (Bron: Prof’s Ancient Egypt)

Hij ging toen naar de andere kant, de noordelijke muur van de Koninginnekamer, en brak daar ook de muur open en vond de andere noordelijke schacht. Die ging ook ongeveer 2 meter naar binnen en begon toen schuin op te lopen. De schachten bleken niet verbonden te zijn met de buitenste zijden van de piramide zoals in de Koningskamer, waardoor hun doel onbekend is. Interessant is dat Dixon nog drie voorwerpen vond in de schachten (zie figuur 11.4): 1) een ruwe stenen bol (van dioriet), 2) een kleine dubbele haak, een bootshaak, gemaakt van metaal en 3) een 12 centimeter lang stuk cederhout met inkepingen erin. Ze zijn meegenomen naar Engeland en na verloop van tijd aan het British Museum geschonken. Het stuk cederhout is weggeraakt.

 
Figuur 11.4: Stenen bol en dubbele haak in schacht gevonden (Bron: My way is the highway)

In 1993 werden deze schachten opnieuw nader onderzocht door de Duitse ingenieur Rudolf Gantenbrink met behulp van een robotwagentje, de Upuaut 2. Na een klim van 65 m van het wagentje ontdekte hij dat de zuidelijke schacht werd geblokkeerd door een Tura-kalkstenen ‘deur’ met twee geërodeerde koperen ‘handgrepen’. Deze deuren zaten op de 50ste laag van de piramide, dezelfde waarop de Koningskamer is gelegen.
Enkele jaren later ontwierp de National Geographic Society een nieuw robotwagentje dat in september 2002 door de zuidelijke schacht omhoog ging en een klein gat in de deur boorde, om vervolgens een kleine ruimte met een andere deur erachter te vinden. Ze ontdekten dat de achterkant van de ‘deur’ mooi was afgewerkt en gepolijst, wat suggereert dat de deur niet simpel was geplaatst om de schacht te blokkeren voor puin, maar dat er waarschijnlijk een speciaal doel voor was. Ze vonden hiërogliefen geschreven in rode verf die markeringen van de piramidebouwers kunnen zijn - er is tot nu toe geen duidelijke betekenis aan gegeven. De noordelijke schacht, waarin vanwege bochten moeilijker met het robotwagentje te navigeren was, bleek ook te zijn geblokkeerd door een deur met een mooi gepolijste achterkant. De beide deuren liggen op gelijke afstand van de Koninginnekamer.

Naam en functie van de 'Koninginnekamer'.
De Koninginnekamer wordt volgens bepaalde bronnen zo genoemd vanwege de gewelfde vorm van het plafond die de Arabische traditie toeschrijft aan vrouwelijke graftomben. De Koningskamer hogerop in deze piramide heeft een vlak plafond wat bij een mannelijke graftombe zou horen, vandaar de naam Koningskamer. Op deze kamer wordt later in deze inwijdingstocht teruggekomen. 
De Engelse onderzoeker Petrie was de eerste die suggereerde dat deze kamer de ‘serdab’ van de piramide zou zijn, een kamer met een standbeeld van de overleden farao. Andere bronnen suggereren dat deze kamer misschien een grafkamer of rituele ruimte is geweest. Er zijn echter nooit resten gevonden van een begrafenis. Voor piramide-onderzoekers is het doel van de kamer onduidelijk, maar het is niet aannemelijk dat een koningin hier in de piramide werd bijgezet.

 
Figuur 11.5: Doorsnede Grote Piramide met in het midden de Koninginnekamer (12) (Bron: Guardian’s Egypt)
 
De Koninginnekamer bevindt zich op de 25ste steenlaag van de piramide. Deze kamer wordt wel één van de grootste mysteries van deze piramide genoemd. Gedacht wordt dat het doelbewust plaatsen ervan in het midden van de piramide (zie figuur 11.5 Queen’s Chamber) een bijzondere betekenis moet hebben gehad. Daar komt bij dat de toegang tot de gang van deze kamer oorspronkelijk goed verborgen was onder de Grote Galerij.

De toegang tot de Koninginnekamer
Vanaf de kruising van gangen midden in de piramide (zie figuur 5) gaat er een gang naar de Koninginnekamer (figuur 11.7). Dit is niet altijd zo geweest. Oorspronkelijk moet deze toegang zijn afgesloten met één of meer grote stenen platen in de vloer van de Grote Galerij. De gaten voor de steunbalken hiervan heeft men nog aangetroffen in de Grote Galerij (zie figuur 11.6).

 
Figuur 11.6: Vijf gaten (donker) voor steunbalken onder de oorspronkelijke stenen afsluiting (‘floor line Grand Galery) van de gang naar Koninginnekamer. (Bron: Dawn Bible) Op de afbeelding is de horizontale gang naar de Koninginnekamer te zien.
 

 
 
 
Figuur 11.7: Huidige toegang (beneden) tot de gang naar de Koninginnekamer met daarboven zicht op de Grote Galerij (bron Guardian’s Giza)
 
Het verslag van de inwijdingstocht gaat nu door vanaf het omhoogkomen van de inwijdingskandidaat uit de Bronschacht.
 
 
Vanaf de Bronschacht
Jezus bezint zich op zijn volgende stappen in deze inwijding en ziet het beeld van de hoofdpriester verschijnen: “Het mentale, de bestuurskrachten en het vermogen om handelend op te treden zijn niet zo gemakkelijk te leiden. Het verstand is nodig om met zorg en aandacht met anderen om te gaan, vorm te geven aan het leven, samen te werken met anderen, lijnen uit te zetten naar de toekomst en plannen te doordenken. Maar hoe gemakkelijk is niet een denkfout gemaakt? Of een handeling uitgevoerd zonder de consequenties ervan te doordenken? Ook anderen kunnen daar door getroffen worden. De gevolgen kunnen vervelend zijn, die kunnen doorwerken in je verdere leven en in volgende levens. Deze uitdaging kan de mens boven zijn hoofd groeien en zijn verstand te boven gaan. Bedenk of je verder wilt gaan en of je dat zeker weet!”
Hij keert zich een moment in zichzelf en antwoordt: “Ik ga zeker deze uitdaging aan. Mijn Hemelse Vader zal mij leiden, mijn innerlijk gevoel zal mij aangeven wat nodig is. Met mijn verstand kan ik verhelderen wat mijn gevoel mij ingeeft. Ik ga verder.”
Hij aarzelt over hoe hij verder moet. De weg waartoe hij zich aangetrokken voelt, is afgesloten door de stenen platen van de het begin van de Grote Galerij, die schuin oplopend voor hem liggen. Toch vindt hij rechts van hem een stenen plaat die hij kan verschuiven. Dat geeft een kleine opening waar hij met enige moeite doorheen kan kruipen en diep gebogen door het zeer lage plafond, wat stappen kan maken.
 
Toegang tot de lange horizontale gang
Dan kan hij niet verder want de toegang is afgesloten. Hij mediteert en het beeld van de hoofdpriester verschijnt voor zijn geestesoog: “Ieder die de weg van de ontwikkeling van het mentale wil gaan, zal zich grote inspanningen moeten getroosten. Het leren denken is moeilijk, het vereist concentratie, het in stappen kunnen redeneren, en het behoeden van de geest voor afdwalen en het volhouden van het innerlijk redeneren, hoe lastig het ook is. Velen vinden het te moeilijk en inspannend, maar zullen zo niet vorderen op deze weg van mentale ontwikkeling. Maar weinigen zijn in staat tot overzicht te komen in hun denken, de logica te ontdekken in verschijnselen en gebeurtenissen en voelen zich onderworpen aan gebeurtenissen de ze niet begrijpen. Ben je in staat en bereid deze stap naar ontwikkeling in het mentale te maken? Want je kunt ook vast komen te zitten in je denken waardoor het een chaos kan worden in je hoofd.”
Jezus: “Ik ben bereid en in staat om verder te gaan. Mijn Hemelse Vader is met mij om me bij het meest complexe denken bij te staan. Ik wil verder!”
Hoofdpriester: “Ga uw gang!”
Hij staat onder de Grote Galerij en stelt zich in op de stenen deur voor hem. Intuïtief voelt hij aan dat hij rechts op de deur moet drukken die vervolgens om zijn lengteas open gaat.
 
De energetische muur van afschrikking
Hij loopt gebogen door de deur de lange, lage horizontale gang in en begint hard na te denken is over hoe ver hij moet lopen en hoe breed de gang is. Hij voelt dat hij zich moet concentreren op het eind van de gang, maar tegelijkertijd goed in balans in het midden van de gang moet blijven lopen. Gaat hij te veel naar links of rechts dan wordt zijn denken te eenzijdig. Er is veel drukte in zijn hoofd.
Dan begint het lopen steeds zwaarder te worden, bijna alsof hij in elkaar geperst wordt. Hij moet zijn best doen om helder te blijven denken. Heel moeizaam loopt hij stapje voor stapje door. Het is alsof er een druk op hem wordt uitgeoefend om aan allerlei normen en regels te voldoen. Hij is vlakbij de plek in de gang waar er een afstap ( zie figuur 11.8) is en de vloer ineens een stuk lager wordt.
  
 
Figuur 11.8: Afstap in de gang naar de Koninginnekamer (Bron Guardian’s Giza)
 
Hij krijgt het gevoel te moeten buigen voor die ontzettende kracht die op hem drukt. Hij kruipt nu bijna vooruit, zo drukt het op hem en tegelijkertijd dwingt hij zichzelf uit alle macht om helder te blijven denken.
Het lijkt nu of voor hem boven de afstap in de gang een doorzichtige energiemuur aanwezig is, een muur opgebouwd door geconcentreerde denkenergie van afschrikking. Aanraken ervan, voelt hij, zou hem verschroeien. Hoe moet hij hier langs komen?
Hij voelt aan dat deze muur te maken heeft met degenen die macht bezitten en uitoefenen en anderen willen dwingen om naar hun regels en wetten te leven en aan hun eisen te voldoen. Degenen die zich oprichten tegen die macht zullen ze laten voelen dat ze moeten inbinden en dat zullen ze op pijnlijke wijze doen.
“Ben je mentaal sterk genoeg om de druk op deze plek te kunnen weerstaan?” hoort hij en het gezicht van de hoofdpriester verschijnt voor zijn geestesoog. “Kun je omgaan met de macht uitgeoefend door heersers die hun regels en wetten opleggen? Kun je helder blijven denken als je onder immense druk gezet wordt?”
Jezus bezint zich en zegt: ”Ik zal volhouden, het goddelijke staat me bij. Mijn intentie is onbreekbaar. Ik zal doorgaan!”
Hij hoort: “Maak u klein zodat deze hindernis u geen parten meer speelt.” Hij voelt aan dat om verder te gaan, hij zich moet zich bukken en klein maken zodat hij door de macht niet als een bedreiging wordt gezien. Bukken is niet genoeg en hij gaat helemaal plat op zijn buik liggen. Dan schuift hij links onder de energetische muur door en komt langs de afstap in de gang in het ruimere, laatste gedeelte van de gang terecht.
Eerst kruipend dan geleidelijk meer rechtop gaat hij verder. Zijn denken wordt helderder.
 


 
De deur van de Koninginnekamer
Hij loopt wat tastend verder. Met zijn innerlijke ogen ziet hij vaag de contouren van de gang. Dan komt hij voor de stenen deur van de Koninginnekamer. Hij stelt zich in op de ruimte erachter: ‘dit is de kamer van mentale vermogens en kracht’, komt er tot hem. ‘Wereldse macht kan naar ver en hoog leiden maar blijft toch gebonden aan de aarde. Het verstand kan helderheid geven, dingen kunnen er overzichtelijk door worden en ingewikkelde situaties kunnen doorzien worden. Het verstand kan dingen met elkaar verbinden en begrijpelijker maken. Maar het verstand kan ook dingen verzinnen, verkeerde conclusies trekken, dingen weglaten die niet meteen passen in een redenering. Met het verstand kunnen dingen die gebeurd zijn gerationaliseerd worden maar dat kan de feiten vertekenen.
Hij stelt zich op de deur in en pakt vervolgens de linkerkant beet en trekt die naar zich toe, zodat de deur open draait om zijn lengteas.
 
Muren die fluisteren
Jezus stapt rustig maar ook met een zekere behoedzaamheid naar binnen. Allerlei gedachten schieten er door zijn hoofd zoals uitspraken van mensen over deze wereld, hoe goed of slecht deze wereld is en wie daar de macht heeft. Hij loopt naar het midden van de kamer en gaat daar staan. De gedachten in zijn hoofd blijven maar doorgaan. Hij richt zich op de nis links van de ingang en buigt daar wat naar toe. “Hier in deze nis is het centrum van kracht” hoort hij, “zijn je gedachten helder, dan kun je deze nis betreden”.
 
De noordelijke muur
Het is absoluut niet helder in zijn hoofd. Gedachten blijven door zijn hoofd vliegen en dreigen hem te verwarren. Zijn aandacht wordt getrokken naar één plek op de muur naast de ingang, ongeveer op oorhoogte (zie figuur 11.9).
 
 
Figuur 11.9: Schacht op oorhoogte in de Koninginnekamer (Bron Prof’s Ancient Egypt)

Het lijkt een bron van storende gedachten te zijn. Hij loopt naar die plek toe, wrijft er met zijn handen overheen en luistert daar. Hij stelt zich er intuïtief op in (dit is de plek waar vele eeuwen later de muur wordt opengebroken en een smalle schacht ontdekt wordt). Het lijkt alsof er stemmen uit deze plek komen “Ze onderdrukken ons” hoort hij. “We willen vrij zijn, maar zijn vastgebonden. Nooit komen we hieruit, we zijn voor altijd vastgebonden.” Het lijken stemmen van onderdrukten.
Hij stelt zich in op zijn spirituele hart en gedachten over hoe de ketenen van onderdrukten kunnen oplossen, mensen , ook machthebbers, hun hart openen en er meer licht en vrede komt. Maatregelen om te onderdrukken verliezen hun kracht en vervagen. Neigingen om de macht te hebben, om te onderdrukken en te heersen over anderen komen naar voren en lossen op. Ook de neigingen om harde maatregelen te nemen en te straffen om koste wat het kost te heersen, lossen op. Het wordt rustiger in zijn hoofd.
 
De westelijke muur van de Koninginnekamer
In betrekkelijke rust gaat hij weer terug naar het midden van de kamer. Hij richt zich op de westelijke muur en intoneert voluit een klank en strekt daarbij zijn armen horizontaal opzij uit. De klank echoot nog even na in de ruimte. Nog een keer intoneert hij die klank en nog een keer, drie keer in totaal. Hij krijgt een beeld dat deze klanken niet alleen in de kamer echoën maar ook doordringen in de schachten achter de muren, ook van de westelijke muur. Hij merkt dat het in zijn hoofd nog niet helder en rustig is en dat dat samenhangt met de westelijke muur waar ook nog een bron van drukte is.
Langzaam loopt hij naar de kale, westelijke muur van de kamer. Hij buigt zijn hoofd een beetje en richt zich op een plek midden op deze muur. Hij stemt zich met zijn energiekanalen in zijn hoofd af op dit deel van de muur die langzaam tot leven begint te komen. De muur lijkt voor zijn geestesoog een steeds sterker licht uit te stralen. Hij ziet mensen in een landelijke omgeving die druk met elkaar in gesprek zijn.
Hij buigt zijn hoofd naar de muur en vangt het volgende gesprek op: “Zo is het hier. Dat moet je doen! Ik ben de baas en weet precies wat goed is om te doen!” hoort hij. “Neem van mij maar aan hoe het zit. Dít moet je doen” hoort hij dringend zeggen. “Ik zeg je wat er moet gebeuren” zegt weer een andere stem. Stemmen die een ander proberen te overtuigen en die bij Jezus drukte in zijn hoofd geven. Hij stelt zich intuïtief in op zijn eigen innerlijk, wat lastig is want de stemmen blijven nog doorgaan in zijn hoofd. Eindelijk komt er meer helderheid over wat zijn eigen voelen en denken is, en wat van buitenaf komt. Langzaam weet hij er zo voor te zorgen dat de stemmen en gedachten van anderen uit zijn hoofd verdwijnen en al de storingen ten gevolge van andermans denkpatronen die binnengedrongen waren, gaan oplossen. Hij stuurt tot slot de stemmen definitief weg. Hij buigt even zijn hoofd als dank voor deze ervaring.
Opnieuw voelt hij zich aangetrokken tot het midden van de kamer en rustig loopt hij daar naar toe.
Hij richt zich op de nis in de oostelijke muur, maar er komt al gauw weer onrust in zijn hoofd. Hij merkt dat de onrust rechts van hem komt, van de zuidelijke muur. Het is blijkbaar nog niet het goede moment om naar de nis te gaan.
 
De zuidelijke muur
Hij stelt zich in op de zuidelijke muur die tegenover de ingang van de kamer is, en hoort innerlijk geluiden. Hij loopt naar de muur toe en legt zijn oor te luisteren op de zuidelijke muur, precies tegenover de luisterplek op de noordelijke muur, en hoort daar stemmen. Hij luistert: “Jij bent de grootste!” hoort hij, “jij bent onoverwinnelijk” “Iedereen is groot maar jij bent de grootste” Stemmen bejubelen hem, maar zonder hem echt te kennen. Hij richt zich op zijn innerlijk licht en merkt hoe na enige tijd de stemmen wat meer op afstand komen en steeds minder effect hebben om hem op te hemelen en op een voetstuk te zetten. Hij wil met beide benen op de grond blijven staan met een helder en ongestoord oordeelsvermogen. Meer en meer lost de ‘bejubelenergie’ op, die zo gemakkelijk het denken kan verstoren.
Het voelt nu heel rustig en helder aan in zijn hoofd, geen stemmen meer die hem storen of proberen te overtuigen of ophemelen. Hij loopt terug naar het midden van de kamer en richt zich weer op de nis in de oostelijke muur.
 
Voor de nis
In de rand van de nis zitten 5 reliëfs (zie figuur 11.10). De nis is vrij ruim, het ziet eruit als een zijkamertje van de Koninginnekamer. 
 
 
 
Figuur 11.10: Koninginnekamer met nis (Bron: Guardian’s Giza)
 
Hij voelt dat het nu goed is naar de nis toe te lopen. Voor de nis staande, stelt hij zich daarop in en het volgende komt tot hem: “Dit is de plaats van de kracht, de kracht om op te treden, duidelijk te maken wat je wilt, de kracht om ergens voor te staan, ontwikkelingen gaande te houden, de kracht om jezelf te zijn ook in contact met anderen en kracht om een duidelijke gerichtheid te geven aan je optreden. Over je kracht moet je vrij kunnen beschikken, maar je moet er ook voor zorgen dat je anderen daarmee niet beschadigt. Kracht is belangrijk om je in deze wereld te manifesteren, anders komen je talenten niet naar voren en kun je de wereld niet dat bieden wat anders mogelijk zou zijn. Kracht is nodig om je levensmissie te kunnen voltooien. Maar kracht moet terughoudend en proportioneel gebruikt worden, wil manifestatie niet omslaan in confrontatie, conflict en geweld!”
 
De verborgen plek van kracht in de nis
Hij laat deze woorden even in zich bezinken en voelt dan hoe een kracht in hem voelbaar wordt om zich te manifesteren en tot actie over te gaan. Tegelijkertijd voelt hij hoe hij wordt aangetrokken tot de rechter binnenkant van de nis. Hij gaat de nis in en gaat bij de muur rechts op zijn knieën zitten. Hij duwt met zijn rechterschouder tegen de wand, pakt met zijn handen de stenen wand vast en maakt daar een draaiende beweging mee. Een stenen deur in de wand van de nis draait open waarbij de rechterkant naar voren komt. Hij schuift links door de vrijgekomen ruimte naar binnen en met zijn handen trekt hij links in deze ruimte aan een stenen richel waardoor zich een luik opent.
Hij kruipt in de holte die vrijkomt en gaat daar doorheen tot aan het eind waar hij rechtop kan staan. Hij klimt in de verticale schacht waarin hij terecht is gekomen via ribbels langs de wand omhoog en komt in een iets grotere ruimte aan waar hij kan zitten op de rand van de verticale schacht. Voor hem is een wand waar hij met beide handen een stenen deur naar links en een deur naar rechts opentrekt. Ruggelings kruipt hij in de ontstane holte, schuift omhoog als de holte verticaal wordt en kijkt tegen iets aan, in een uitsparing, dat energetisch een lichtende indruk maakt. Hij stelt zich erop in en hoort: “De plek van kracht in de mens is heel bijzonder. Je kan door de kracht dingen realiseren in het leven. De krachtplek kan vurig zijn en zelfs anderen verschroeien. Ze kan een barricade vormen waar anderen op afstoten en afketsen, het kan bescherming geven door een omhullende energetische laag rondom het lichaam te vormen. Ook op grote afstand kan deze krachtplek met een straal energie anderen bereiken die het met hun fysieke ogen niet kunnen zien. De kracht kan uitwaaieren als een sfeer van kracht vele meters om de mens heen. Maar kan de mens deze kracht dragen? De weg ernaar toe is moeilijk. Beheersing is nodig anders kan men zich aan de kracht branden en er zelfs door verbranden. Sta klaar en probeer de kracht te weerstaan!”
 
Energetische confrontatie
Hij richt zijn aandacht op de lichtende, ronde krachtplek voor hem en voelt hoe zich vooraan bij zijn middenrif zich een energiebol vormt zo groot als een appel. Dan begint het te flitsen in de bol en krijgt hij het warm waarna een goudkleurige bundel lichtende energie eruit barst.
Beelden beginnen te verschijnen van mensen die zich agressief naar hem gedragen: “We zullen je kapot maken, we zullen je vermoorden!” Intuïtief laat hij sterke energiestromen uit zijn middenrifgebied een eind voor hem een schild vormen tussen hem en deze mensen. Hij blijft bij zichzelf en krachtig maar wordt niet agressief. Hij stelt zich in op zijn spirituele hart en het schild verandert van kleur, meer warme kleuren worden daar zichtbaar. De agressieve geluiden verstommen nu en de mensen verdwijnen uit het zicht. Langzaam laat hij met zijn wilskracht het schild vervagen. De energiebol op zijn middenrif blijft actief.
 
Frontale energetische aanval
Dan krijgt hij beelden te zien van mensen die vanuit hun middenrif energetische pijlen op hem afvuren en hem daarmee proberen te ontregelen. Anderen proberen een energetische lasso om hem te slaan om hem daarmee af te knijpen. Zijn middenrif gebied wordt weer actiever en hij vormt een energetische omhulling met een dikke wand om hem heen. Door de omhulling veren de energetische pijlen en lasso’s terug en de aanvallers raken hierdoor zelf uit evenwicht hoewel ze nog een tijd doorgaan met hun energie-aanval. Na het activeren van zijn spirituele hart beginnen de aanvallers af te druipen: ze weten het niet meer en voelen zich ‘unheimisch’ want Jezus lijkt onkwetsbaar en het idee maakt hen angstig dat daar iemand met een grotere kracht staat dan zij hebben.
 
Aanval van achteren
Nu hoort hij geluiden van mensen achter hem en merkt dat hij in de rug wordt aangevallen. Hij laat een energiestraal uit zijn middenrif eerst een eindje naar voren gaan, maakt dan een ring ter bescherming achter en om hem heen en vormt daarna een meer dan manshoog schild aan zijn rugkant. Vanuit dit schild gaat een energetische invloed naar achteren, een afstotende kracht. De aanvallers schrikken: ‘hij heeft ons in de gaten, we moeten van opzij aanvallen’. Maar het schild doet zijn invloed ook opzij van hem gelden en boven en beneden hem. Hij brengt via zijn spirituele hart warmte in het schild en tot slot druipen zijn aanvallers af.
 
De verheven sfeer
Nog is de uitdaging van de krachtplek niet ten einde. Hij draait zich om en kijkt over zijn rechterschouder. Hij krijgt beelden van mensen die staan te juichen. Zijn energie vanuit zijn middenrif vooraan begint breed uit te waaieren en vormt een stimulerende en wat verheven sfeer om hem heen. Hij kijkt de andere kant op, naar links en ook daar ziet hij beelden van mensen die hem bejubelen. Ook voor hem en achter hem ziet hij die mensen. Hij stelt zich in op zijn innerlijk licht en een brede stroom licht komt van boven bij hem binnen en straalt van hem uit. Het veld van uitwaaierende energie krijgt prachtige zachte kleuren. Sommige juichende mensen gaan weg, er gebeurt iets wat ze niet verwacht hadden. Er wordt innerlijk een appèl op hen gedaan, die ze nog niet kunnen beantwoorden. Anderen blijven, komen in dieper contact met zichzelf en voelen dat er iets bijzonders in hen gebeurt. Diep in hen wordt een oud verlangen, een diepe nooit uitgesproken hoop opgewekt naar licht en liefde. De hoop dat ze eindelijk daar kunnen aankomen waar het geluk hen deelachtig kan worden.
Hij strekt zijn armen zegenend naar hen uit “moge het geluk jullie deelachtig worden”. Langzaam, heel langzaam vervagen de beelden. Hij gaat weer terug en sluit het luik van de krachtplek en daalt af door de verticale holte. Hij sluit ook deze holte af en kruipt door een horizontaal stuk. Hij sluit ook dat af en gaat weer door een verticale schacht en komt tenslotte onderin bij de stenen deur die hij achter zich sluit. De krachtplek is weer goed opgeborgen.
 
De gevoelskant van de krachtplek
Hij staat in de nis en kijkt naar de linkerkant van de achterwand. Even mediteert hij en hoort: “nog heb je al de geheimen van deze nis niet doorgrondt. Er is nog een andere kant van de krachtplek die met gevoel te maken heeft. Voel aan deze muur (links in de nis). Hier is een knop, een plek waarmee een deur te openen is. “ Jezus voelt met zijn hand de muur en er gaat er voelend mee over de binnenwand van de nis. Ter hoogte van zijn middenrif voelt hij iets dat op een knop lijkt en pakt die vast. Hij opent er een deur mee in de nis en hij schuift door de opening naar binnen in de ruimte erachter. Hij komt in een ruimte waar een schacht naar boven is waar hij inklimt en gaat dan na enkele meters klimmen op de bovenrand van de schacht zitten. Hij hoort: “De krachtplek is ook een plek van gevoel. In de wijde omgeving kun je met deze plek voelen wie waar is en wat diegenen voor jou te betekenen heeft. Maar kijk uit, die gevoelsindruk kan bedriegen. Sommige mensen kunnen je met hun intentie een stomp in je maag geven waarmee je gevoel murw wordt gemaakt. Of je afleiden waardoor je aandacht en gevoel eenzijdig naar iets worden getrokken en je oplettendheid voor het andere wat er is, sterk vermindert en misschien wel wegvalt. Hij die dat veronachtzaamt wordt een prooi voor negatieve krachten vanuit de omgeving. Doorgrond daarom het voelend vermogen van de plek van kracht!”
 
Confrontatie met woede
Nu krijgt hij een beeld te zien van een Oosterse stad met mensen die voor hem lopen, maar niet zomaar. Van ieder mens wordt hij bewust wat hen beweegt, waar ze in gedachten mee bezig zijn, hoe prettig of onprettig hun uitstraling is en of er sterke emotionele uitstraling is van bijvoorbeeld boosheid, zachtheid of liefde.
Dan ziet hij dat een man hem blijkbaar gezien heeft en zijn aandacht op hem richt. Bijna automatisch sluit Jezus zich wat voor hem af. De man is woedend op hem en vervloekt hem, scheldt hem uit en Jezus sluit zich gevoelsmatig verder af voor deze woede en houdt tegelijkertijd gevoelscontact met de man. Als de man dichterbij komt duwt hij hem energetisch wat van zich af. De man is even verbaasd, schrikt dan omdat hij voelt dat deze kracht groter is dan zijn woede en loopt snel weg terwijl zijn woede verdwijnt. Als de man uit beeld is, ziet Jezus de mensen op enige afstand weer gewoon langslopen en weer is hij zich bewust van wat er in deze mensen omgaat.
 
Moederliefde
Een vrouw keert zich naar hem en wenkt hem. ”Kom,” roept ze, “kom met mij. Ik zal je de liefde laten zien die ik voor mijn kind heb. Hij ziet dat ze een baby’tje omhoog houdt. Ze is heel blij met haar kind. De krachtplek in hem straalt nu een zachte omhullende waas naar de moeder met haar baby toe en ze worden gekoesterd in een warme behaaglijke energie. “Wees gelukkig” zegt Jezus zachtjes voor zich uit, “wees gezegend.” Na enige tijd gaat de moeder met haar baby verder.

Bedreiging
Jezus ziet hoe het wat donkerder wordt in het beeld, het wordt avond. Zijn waarneming van de mensen wordt een stuk minder duidelijk nu hij niet goed op ze kan focussen. Af en toe wordt zijn gevoelsbeeld duidelijker en kan hij iemand onderscheiden, maar even later is het weer een donkere nacht waar hij tegenaan kijkt. Ineens wordt zijn aandacht getrokken door iets. Hij ziet of beter gezegd voelt een energetisch donker figuur met een handlanger daar lopen. Ze zijn op zoek naar buit, het zijn overvallers. Ze zijn bedreigend voor iedereen in de omgeving. Ze kijken spiedend zijn kant op. Nu gaat vanuit zijn krachtplek een energie naar hen toe die hen omsluit en bedwingt. Ze beginnen zich benauwd te voelen. “We moeten weg hier,” fluistert de een tegen de nader. “Ze hebben ons in de gaten!” Snel lopen ze weg en verdwijnen uit het beeld.
 
De verleiding van het droomlicht
Het begint weer licht te worden, geen gewoon licht, maar een droomachtig licht. Met zijn krachtplek voelt Jezus deze droomtoestand van de slapende mensen aan. Hij ziet een droombeeld verschijnen van een grote hal van een gebouw met prachtig licht daarin. Jezus voelt hoe hij uit de realiteit naar dit droombeeld wordt getrokken. Hij geeft er een beetje aan toe zodat hij de droomwereld kan blijven waarnemen en toch verbonden blijft met de aarde. Het droombeeld wordt mooier en lichter maar Jezus laat zich er niet door meeslepen. Toch ervaart hij het stralende licht van boven in het droombeeld en de zegening die het voor de dromer moet zijn. Het droombeeld vervaagt tenslotte weer.
De beelden lossen op en Jezus daalt door de schacht weer af, gaat door de stenen deur naar buiten en sluit die achter zich. Hij heeft de confrontaties met de kracht- en gevoelskant van zijn krachtplek bewust doorstaan.
 
De reliëfs in de toegangspoort van de nis
Hij doet een stap achteruit in de nis en zijn aandacht wordt getrokken door de toegangsboog van de zijkamer waar vijf reliëfs in zijn verwerkt als een soort trapgevel (zie figuur 11.11).
  
 
 
 
Figuur 11.11: Zicht vanuit de nis naar de Koninginnekamer (Bron: Guardian’s Giza)
 
De boog lijkt op te lichten voor zijn geestesoog.
 
Het eerste reliëf links
Hij gaat naar de linkerkant van de boog en gaat daar met zijn hand langs. Dan houdt hij beide handen op het eerste reliëf op ooghoogte. Hij krijgt beelden of hij door deze poort de wereld tegemoet kan stappen. Hij ziet zichzelf in gedachten staan. Mensen roepen: “daar is hij, daar is hij, eindelijk!” Hij merkt dat het hem moeite kost te blijven staan in het zicht van een zee van mensen met hoge verwachtingen. Verwachtingen die hem van zijn stuk kunnen brengen of waar hij misschien niet aan kan voldoen.
Hij blijft gevoelsmatig energetisch contact houden met de aarde en voelt van beneden af sterke stromen energie door hem heen gaan. Hij opent zijn spirituele hart en voelt hoe hij met een krachtig innerlijk bewustzijn voor deze mensen staat. De beelden vervagen.
 
Het tweede reliëf links
Hij reikt met zijn handen naar het volgende reliëf links en richt zijn aandacht erop. Hij krijgt het beeld dat hij de mensen toespreekt. Hij vertelt hen hoe de dingen in elkaar zitten, wat hun taak is in hun leven op aarde, wat ze kunnen bijdragen aan de wereld om hier een betere plek van te maken. Mensen luisteren, de menigte is minder groot dan daarnet. Zich instellend op zijn spirituele kant, verzacht de energie en de beelden lossen op.
 
Het derde reliëf links
Hij stelt zich in op de derde reliëf links. Weer ziet hij zich staan voor een groep mensen, hij gebaart naar boven, het goddelijke, dan houdt hij zijn handen links en rechts voor zich, of ze een groot pakket aanduiden, (het goddelijke in het aardse). De liefde die uit hem straalt, raakt sommige mensen. Ze krijgen van binnen een wonderlijk gevoel dat hen blij maakt. De beelden vervagen.
 
Het vierde reliëf links
Hij richt zich op het vierde reliëf. Weer ziet hij een groep mensen staan. Hij houdt beide handen omhoog, boven zich. Hij vertelt dat het goddelijke de mens kan doorstromen en opheffen naar een leven van licht, van meer en meer licht. Wel voor hen die het goddelijke in zich herkennen. Het is alsof bij sommigen ‘het licht’ gaat branden, gevoed door zijn liefdevolle uitstraling. De beelden vervagen.
 
Het vijfde reliëf linkerkant
Het vijfde reliëf is de top van de toegangsboog. Hij richt zich erop en ziet voor zijn geestesoog een groep mensen. Ook in dit beeld zijn armen naar boven gericht. “Ik zegen jullie,” zegt hij, “zodat jullie de goddelijke zegen mogen ontvangen. Een zegen die je helemaal mag ontvangen, van bovenaf tot aan je voeten. Een zegen die betekent dat het goddelijke bij je is, voor nu en altijd.” De ervaring is bij sommigen zo sterk dat de tranen hen over de wangen lopen, anderen voelen warmte in hun spirituele hartgebied wat hen sereen maakt, heel rustig. Anderen weten niet of ze wat voelen. De beelden vervangen.
 
Vijfde reliëf rechtsboven
Hij richt zich op het vijfde reliëf rechtsboven. Hij maakt een gebaar van boven naar beneden en geeft aan dat de mens het goddelijke moet verdienen, zich in moeten zetten voor het licht. Sommigen zien voor hun geestesoog hun verwanten en naasten en wat ze moeten doen om hen vrede en geluk te brengen. De beelden vervagen.
 
Vierde reliëf rechts
Hij richt zich op het vierde reliëf rechts. Hij krijgt het beeld voor een menigte te staan en maakt brede gebaren, een zegening naar zijn publiek lijkt het. Het goddelijke onder de mensen brengen is zijn boodschap.
 
Derde reliëf rechts
Het derde reliëf: zijn handen zijn op middel en borsthoogte en maken uitgaande gebaren. Ze zijn erop gericht om in interactie met medemensen het licht te laten doorstromen.
 
Tweede reliëf rechts
Het tweede reliëf: hij maakt gebaren waarbij hij met zijn vingers naar beneden wijst: het goddelijke moet indalen in de gewone dagelijkse dingen.
 
Eerste reliëf rechts
Hij pakt met beide handen het eerste reliëf vast. Hij beweegt staande voor de menigte zijn rechtervoet: “In iedere stap op aarde moet het goddelijke doorklinken. Stap voor stap op weg naar de eeuwigheid van het licht in ons en om ons heen.” De mensen worden actief, ze willen ook stappen gaan maken en de boodschap van het licht uitdragen. De beelden vervangen.
 
Hij richt zich weer op, midden onder deze poort van actieve realisatie van de levensmissie. Hij strekt beide armen opzij van zich uit, als wil hij deze kamer en waar die voor staat omvatten in dankbaarheid. Dan strekt hij beide armen naar boven en straalt dankbaarheid uit naar het goddelijke. Zijn inwijding in de Koninginnekamer oftewel de kamer van kracht, gevoel en realisatie van zijn levensmissie, is voltooid. Hij buigt licht en in gedachten neemt hij afscheid van deze kamer die hem levensechte en essentiële beelden van de realisatie van zijn levensmissie geschonken heeft. Hij loopt naar de stenen deur en verlaat door de geopende deur de kamer en sluit deze achter zich. Hij loopt weer naar de plek waar de gang hoger wordt bij de afstap die trouwens nu een opstap is, en voelt en ziet een vreemd en onheilspellend duister.
 
Reflectie 1: Koninginnekamer als symbool voor de denkende mens
De Koninginnekamer representeert hier de bewust denkende mens die zich in zijn oordeelsvermogen niet ongewild laat beïnvloeden door anderen en zijn (of haar) kracht inzet om zijn (of haar) levensmissie ten volle te realiseren. Misschien is dit wel de reden waarom deze in het centrum van de piramide zit als stralend symbool van de zelfstandig en helder denkende mens op aarde.
Het sluit aan bij het idee van de Koninginnekamer als serdab, zoals in de inleiding genoemd. Niet als plek waar een standbeeld van een farao staat maar als plek waar de inwijdingskandidaat zelf staat die daar tijdens een inwijding beelden krijgt van de mogelijke realisatie van zijn levensmissie.

Reflectie 2: Koninginnekamer vibrerend met het derde chakra
De Koninginnekamer voelt innerlijk aan als vibrerend met het derde chakra niveau. Het metafysische energiecentrum vooraan midden in het middenrif. Het heeft te maken met onze mentale activiteit en met onze wilskracht. Het derde chakra heeft een verbinding met de zonnevlecht dieper in ons lichaam vlak voor de ruggengraat, wat een nog onontdekte functie heeft voor de gedachtevorming (zie: 'Ontdekkingsreis Innerlijk Licht,' hoofdstuk 19, van Pierjasi). De wilskracht kan naar buiten gericht zijn als je iemand je wil oplegt of zelfs onderdrukt. Maar kan ook naar binnen zijn gericht voor zelfbeheersing. Vele menselijke activiteiten zijn hiermee verbonden, bij voorbeeld afstand houden tot iemand of je juist open stellen. Tegelijkertijd is het ook een gevoelscentrum waarmee je al op afstand kan aanvoelen of je je prettig zult voelen bij iemand of niet.

Reflectie 3: De schachten
De schachten in de zuidelijke en de noordelijke muur die men ontdekt heeft, hebben bij deze inwijding te maken met de telepathische kanalen die om onze oren heen lopen. Ze maken het mogelijk om gedachten van anderen waar te nemen. Wat veel mensen ook onwillekeurig doen. Het intoneren van klanken zoals Jezus deed bij zijn inwijding, lijkt op een oude mystieke techniek die gebruikt kan worden om metafysische vermogens te activeren.
Het is verder de vraag of de twee verborgen plekken in verband met de krachtplek achter in de nis nog aanwezig zijn. Het schijnt dat de nis in een ver verleden aanzienlijk verdiept is door schatgravers die de nis naar achteren hebben uitgebroken. Mogelijk hebben ze daarbij de verborgen plekken ontdekt en uitgebroken. Later in de inwijdingstocht zal nog een verborgen aspect van deze nis naar voren komen.


Figuur 11.12: Westelijke muur van de Koninginnekamer (Bron: Guardian’s Giza)

Het lijkt erop dat ook in de Westelijke muur (zie figuur 11.12) iets aanwezig is van een schacht of ruimte verborgen in de muur. Wie weet, wat daar ooit nog gevonden zal worden!

► Naar hoofdstuk 10: De Grotto en de Bronschacht: aantrekkingskrachten tussen man en vrouw en het verwekken van nieuw leven

Reactie toevoegen

Image CAPTCHA