4 Meer energiepunten in één hunebed

Er was bij de hunebedden ook een onopgelost raadsel. Veel hunebedden hadden meer dan één energiepunt. Een plek waar de energie extra geconcentreerd naar boven kwam. Bij de mannen- en vrouwenhunebed van Oestringer Steine (figuur 1) was het meest linkse punt gericht op de trance-ervaring waarbij de priesters of priesteressen uittraden om met hun ‘goden’ contact te maken. De energiepunten rechts daarvan hadden een andere functie.

Figuur 1: Boom groeiend op Oestringer hunebed

Het tweede energiepunt

Bij de inwijdingsstappen in de opleiding tot priester(es) moest de leerling in de krachtige energiestroom gaan zitten van het tweede energiepunt (in het midden) en moest leren zijn kracht en aandacht gefocust te houden. Dat was nog niet zo gemakkelijk, maar op die manier werden zijn energielichamen geactiveerd en leerde hij met de sterke energieën van het hunebed om te gaan. Tijdens die inwijding moest de leerling gefocust blijven op de ‘goden’, die hij aanriep. Dit kon er toe leiden dat een ‘spirit guide’ inhaakte in zijn energiesysteem, vooral bij het kruingebied. Door de ‘spirit guide’ kreeg de kandidaat er ook een spirituele leraar van gene zijde bij! Bij de opleiding tot priester werden nu ook de intuïties die de leerling doorkreeg belangrijk. Wat later werden deze sessies herhaald, waarbij zuivering van de energie belangrijk was.

Derde energiepunt

Er was ook nog een derde energiepunt, rechts van de eerste twee. Als de leerling na langdurig oefenen zijn energiesysteem verder ontwikkeld had mocht de leerling op het derde punt gaan liggen. Heel zijn lichaam werd door de energie ervan doorstroomd en begon zijn energielichaam wat losser te maken van zijn fysieke lichaam. Een heftig proces waarbij de leerling goed bij zichzelf moest blijven en iet in paniek moest raken. Vele sessies waren nodig voordat de leerling bewust een eindje kon uittreden uit zijn fysieke lichaam. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van kruiden die de leerling in een roesachtige toestand brachten.  

Pas als de leerling door deze twee energiepunten verder was gekomen in zijn of haar ontwikkeling kon met het eerste energiepunt worden begonnen. Nu kon met de bewuste uittreding geoefend worden. De kunst was het om uit te treden met zijn energielichaam en tegelijkertijd bewust te blijven van de vragen waarmee contact met de ‘goden’ moest worden gelegd.

Het eerste energiepunt

De priester-inwijding vond plaats als de leerling zover was dat hij bewust kon uittreden (mede met behulp van de kruiden), contact kon maken met de ‘goden’ en weer bewust terug kon komen in zijn fysieke lichaam om zijn begeleiders en de stamleden zijn boodschap die hij had meegekregen van de goden te vertellen. Ervaren priesters hielden dit hele proces in de gaten om te zorgen dat de leerling geen fake ontmoetingen had met hun ‘goden’. Er werd een feestje gevierd als een leerling geslaagd was en zich priester mocht noemen.

Ontzag voor de priesters en priesteressen

De priesters en priesteressen hadden groot ontzag bij de bevolking: zij hadden immers rechtstreeks contact met de godenwereld! En zonder dat contact zou een volk zich stuurlos en kwetsbaar voelen. Zeker te midden van andere volken of groepen die wel dat contact hadden.

Voorbeeld van een vraag aan de priesters van de mannenhunebed: intern conflict

Een voorbeeld van een problematiek waarvoor advies werd gevraagd was een ruzie tussen groepen binnen de stam die voor verdeeldheid zorgden. Iedere groep probeerde medestanders te krijgen en zo ontstond een destructieve tweespalt waardoor de kracht van de stam afnam.

De stamleiding zat met zijn handen in het haar en ging daarom de priesters van de hunebed raadplegen. Een priester ging in trance uit zijn lichaam en maakte wat hoger gekomen in de energiezuil boven de energieplek contact met de ‘goden’. Dat wil zeggen, hij voelde wat veranderen in zijn hoofd. Razendsnel kwamen beelden en gedachten in hem naar voren als antwoord op zijn vraag. Lichtende geesten (de goden) hadden daartoe een energieconnectie tussen hen en de priesters geactiveerd.

Terug met het antwoord

De priester stelde innerlijk vervolgvragen over hoe de oplossing precies vorm moest krijgen. Toen het beeld compleet was, hield hij dit als een kostbare schat in zijn gedachten terwijl hij terugkwam in zijn lichaam. Hij moest zijn best doen om daarbij het bewustzijn niet te verliezen.

In zijn lichaam gekomen ging hij de begeleidende priesters het antwoord van de ’goden’ vertellen. Alles moest goed uitgelegd en besproken worden, voordat het de begeleidende priesters duidelijk as wat het antwoord was. Onderwijl bracht één priester het bericht naar degenen die buiten stonden te wachten dat het gelukt was: de goden hadden een antwoord gegeven en met spanning wachtte de mensen buiten op de inhoud daarvan.

De communicatie van het antwoord

Voor het eerste deel van het antwoord werd een afgevaardigde van de stamleiding naar de conflicterende groepen gestuurd. Hij wees ze op de verplichtingen die ze jegens de stam hadden en de afspraken die daarvoor in het verleden gemaakt waren. Een achterliggende dreiging was uitstoting uit de stam en in dat geval zou de bescherming van de stam wegvallen waardoor ze vogelvrij werden. Beide families werd dit medegedeeld. Daarna werd van beide families één persoon uitgenodigd voor een overleg met een paar personen uit de stamleiding. Voor dit overleg had de priester precieze instructies gegeven. Er mocht niet beschuldigd worden en toch moest de waarheid gezegd worden en wel zo concreet mogelijk. De afgevaardigden van de twee groepen kwamen aan bod waarbij ze de andere moesten laten uitpraten.

Op basis van deze verhalen gingen ze naar de punten van overeenstemming zoeken, punten waarop men elkaar de hand zou kunnen schudden. Verschillen werden daarna besproken en er werd gezocht naar een werkzaam compromis. Ook werd gekeken naar uitwisselingsmogelijkheden waar beide groepen beter van zouden kunne worden. Om de deal te bekrachtigen kocht de stamleiding iets van beide groepen waardoor de tevredenheid toenam.

Fase van samenspraak

Toen kwam een fase van uitwisseling en samenspraak. Dat kreeg soms een feestelijk karakter waarbij men samen de overeengekomen deals vierde. Andere families kwamen nu ook in beeld en opnieuw werden de stamafspraken bevestigd wat met een gezamenlijke maaltijd gevierd werd. Uiteindelijk leidde dit gehele initiatief tot een nieuwe stamtraditie van overleg, uitwisseling van producten en verhalen. Dit versterkte de stamband.

Voorbeeld van een vraag aan de priesteressen

Een aantal mensen uit de stam waren ziek geworden en de gebruikelijke kruiden en behandelingen werkten. Mensen waren misselijk, voelden zich slap, zagen er bleek uit en hadden niet meer de energie om te werken. Gevreesd werd dat steeds meer mensen deze vreemde ziekte zouden krijgen. Er werd daarom advies gevraagd bij de priesteressen. Die hadden echter geen kant en klaar antwoord want allerlei dingen waren al geprobeerd, maar zonder resultaat.

Vraag aan de ‘goden’: vreemde ziekte

Besloten werd om de ‘goden’ om raad te vragen. Een priesteres bereidde zich voor, at de kruiden om in trance raken en werd wat wankelend de vrouwenhunebed ingebracht. Daar trad ze uit haar fysieke lichaam wat maar moeizaam ging omdat ze zelf wat buikproblemen had. Het lukte haar met haar welgemeende vraag contact met de ‘goden’ te maken. Ze kreeg beelden over de oorzaken ter zien en wat daaraan te doen was en wat de mensen moesten doen voor een volledig herstel. Terug in haar lichaam werd eerst de boodschap overgebracht aan de begeleidende priesteressen. Zij overlegden hoe het antwoord gecommuniceerd moest worden naar de kleden van de stam.

Communicatie van het antwoord van de ‘goden’

Met één zieke vrouw werd nu gepraat. Verteld werd dat er een ziekte via geslachtsgemeenschap werd overgebracht. Ze mocht voorlopig geen geslachtsgemeenschap hebben maar moest speciale kruiden gebruiken om naar vagina te reinigen. Ook moest ze een bitter smakend kruid in haar mond nemen en daar goed op kauwen. Verder moest ze met de andere vrouwen in een hut gaan wonen en dat een aantal dagen volhouden. Geslachtsgemeenschap was gedurende die tijd verboden.

Nu werd de man van deze vrouw geroepen. Ook hij werd geïnformeerd dat een vreemde ziekte op de stam was neergekomen en onbehandeld tot de dood kon leiden. Hij moest ’s nachts gaan slapen met een kruidenkompres over zijn geslachtsdeel. Voorlopig mocht hij geen seks hebben, met niemand, en eveneens een bitter kruid kauwen en opeten. Alle betrokkenen bij de stam kregen deze gesprekken en instructies voor genezing. Iemand van de stamleiding ging toezien op de uitvoering ervan want dit waren ingrijpende maatregelen. Om de paar dagen waren er gesprekken van de priesteressen met de zieken.

Langzame genezing

Langzaam kwam er verbetering in de gezondheidstoestand van de betrokkenen. De ‘goden’ werden opnieuw geraadpleegd over de duur van de behandeling, want wanneer was iemand beter en kon hij of zij anderen niet aansteken? Het duurde nog maanden voordat er werkelijk voldoende genezing was en nog moesten voorzorgen worden genomen. Langzaamaan werden er mensen ‘gezond’  verklaard en konden mannen en vrouwen weer geslachtsgemeenschap hebben.

Energiepunten in de vrouwenhunebed

De vrouwenhunebed had ook drie energiepunten, net als bij de mannen. De functies ervan waren vergelijkbaar maar de praktijk verschilde hier en daar. De leerling priesteressen hadden hun eerste energie-ervaringen liggend op het tweede energiepunt tijdens hun menstruatie. Het menstruatiebloed speelde een rol bij de rituelen die daarbij werden uitgevoerd. Terwijl de energieën van het middelste energiepunt door hen heen liepen, moesten ze onder meer gefocust blijven op de energie van hun baarmoedergebied. Het derde energiepunt diende eveneens om het energielichaam losser van het fysieke lichaam te maken, een heftig proces!

Naast de ervaringen met de energiepunten moesten de leerlingen, zowel mannen als vrouwen, veel leren over rituelen, hun godenwereld en omgangs- en communicatievormen zodat ze met gezag over de boodschappen van de goden konden spreken. Verder moesten ze veel praktische kennis van kruiden opdoen. Veel kruiden werden daarbij getest door er wat van op te eten. Bij de kruiden hoorden ook verschillende verhalen waardoor de betekenis van een kruid nog meer voor ze ging leven. Ze leerden ook innerlijk met de ‘geest’ van een plant te communiceren, zodat ze innerlijk gewaar werden waar een kruid voor kon dienen.

Grote bijeenkomsten van priesters en priesteressen

Ook waren er bijeenkomsten van priesters en hun leerlingen uit de wijde omgeving. Afhankelijk van de stand van de maan en de zon kwam men enkele keren per jaar bij elkaar voor gezamenlijke gezangen, kringdansen en overleg. Sommige leerlingen kregen een aparte inwijding en mochten zelfstandiger aan de slag. Enkele priesters en priesteressen gaven leiding aan deze bijeenkomsten. Soms werd bepaalde priesters of priesteressen gevraagd ook elders een tijd te gaan werken omdat daar dan behoefte was aan ervaren priesters. 

► Vorig blogbericht: Mannen- en vrouwenhunebedden

Reactie toevoegen

Image CAPTCHA